Blaffen tegen de vissen 14 maart 2005

Toen ik de beesten, die dartel in het vroege lentezonnetje van de na -winterse weide op het grote erf waar ik tijdelijk woonde, eten had gegeven, bemerkte ik dat de hond, een grote zwarte Duitse herder, aan het blaffen was tegen de spartelende vissen in de vijver, die de rest van het oud brood hadden gekregen omdat ik dacht dat zo’n grote karpers dit ook wel eens lustten na die lange winterslaap.
Het was een uitzonderlijke maandagmorgen met mooi weer, ik was redelijk goed uitgeslapen en opgewekt. Wat wil een mens nog meer aan het begin van de week? Eerst dacht ik: Pfff, ’t is eigenlijk geen weer om te schrijven, maar ik moet mijn deadline halen. Ik vond het opwindender om over iets anders te schrijven dan mij uit te sloven voor mijn thriller waar ik met een zwakke bron van inspiratie mee was wakker geworden. Ik dacht, ik schrijf eerst iets anders, daarna zie ik wel.
De beesten, het erf, de hond, de vissen… zo is het! Niet mijn beesten, mijn’ erf, mijn hond, mijn vissen…
Ja, het erf is van een goede vriend en businessman die mij reeds jaren in al mijn doen en laten volgt en die mij - een paar maanden terug – vroeg of ik geen zin had om voor een jaartje te verhuizen naar een erf met weiland, dieren en vijver met vissen. Hij had het pas gekocht en voordat de verbouwingen zouden starten zou ik er in alle stilte kunnen schrijven zei hij. Het was een domein omringd door tien hectaren bos en natuur, het was een plaats die - zoals de meeste - nog maar eens een tijdelijk onderkomen zou worden, maar ook een plaats waar ik weer de geneugten van het ‘weer eens iets helemaal anders’ met volle teugen zou kunnen smaken. Ook die Duitse herder was van een ex –vriendin die er niet elke dag kon voor zorgen. Een mens moet meer kunnen genieten van het ‘de’ dan van het ‘mijn’, dat besefte ik nog maar eens des te meer. Het is ook ‘de lente’ niet ‘mijn’ lente, het is ook niet ‘mijn’ mooi weer enzovoort…
Het toeval of het lot is ook niet van mij, het is van niemand, je kunt het niet kopen, je moet het ondergaan. Wat wél van mij is en nooit van iemand anders kan zijn is mijn denken, mijn leven, mijn keuzes, mijn natte dromen en mijn vragen.
Ik had zin om aan de vijver te blijven en te filosoferen, dus nam ik maar pen en papier mee en nestelde mij met mijn rug tegen een van de populieren die daar zo mooi en rechtlijnig langs de waterkant aangeplant stonden en die, net zoals de vijver, alles behalve het werk van moeder natuur zelf was. Ook het hele bos was door de naoorlogse overheid netjes in rijen aangeplant. Het schijnt dat er daar nogal wat gevochten werd in 14-18, dit hoorde ik meteen ik toen ik in het domein kwam wonen, maar enfin, ik dwaal af…
Om mijn gat niet bloot te stellen aan de koude vochtigheid van de morgendauw, had ik de slaapmat van de Duitse herder uit zijn mand mee gegrabbeld. Daarmee had het dier geen enkel probleem, integendeel, hij kwam met volle teugen meegenieten van het bijzondere ochtendgebeuren dat hij duidelijk van mij niet gewoon was. Hij vlijde zich genoegzaam naast mij neer op zijn mat. Eerst had hij nog wat water uit de vijver gedronken om zijn droog geblafte keel te smeren. Met zijn druipende bek op mijn schrijfmateriaal, leek het laatste beetje hoop om nog wat op papier te krijgen die morgen, met de hondenkwijl opgelost te zijn.
Zo, daar zat ik dan aan deze pseudo-natuurlijke bosrand, waar diep onder mijn kont hoogstwaarschijnlijk nog ontplofbare bommen begraven lagen. Mijn vriend had mij verteld dat er, tijdens het uitgraven van de vijver een Duitse soldaat op de fiets gevonden was, die naar alle waarschijnlijkheid ’s nachts neergekogeld geweest was aangezien zijn fietslamp, al was het dan wel heel zwakjes, nog brandde. Maar goed, mijn vriend kan ook wel eens naast zaken doen, grappig zijn.
Mijn gedachten werden met de lichtsnelheid terug geflitst naar het modderige oorlogsveld van weleer. Alsof ik erbij was toen de Duitsers hier ter plaatse in de pan werden gehakt. Als je met je ogen, bijna dichtgeknepen door de opkomende zon, en de slaapwekkende stilte van een maandagmorgen aan de waterkant aan een oorlog uit een ver verleden zit na te denken, dan spoken er vreemde beelden onder je hersenpan. Ik had ooit een lief die in haar kaarten mijn vorig leven beschreef en daarbij ook nog mijn toekomst voorspelde. Ze was ervan overtuigd dat ik in ‘Den Grooten Oorlog’ piloot was geweest en met mijn tweedekker was neergehaald door een al of niet verdwaalde kogel in de borst. Mijn moedervlekje onder mijn rechtertepel was daar het bewijs van zei ze. Straffer nog, ze zei dat ze er ook nog van gedroomd had, niet van mijn tepels uiteraard, maar van een bloedvlek op mijn sneeuwwit uniform net op die plaats waar de kogel was binnengedrongen. Ze had mij zien liggen in een zonnebloemenveld naast mijn verhakkelde tweedekker ergens in een Franse bergvallei, haar naam roepende: ‘Isabella, oh Isabella…’ en toen niets meer. Ze kon zelfs de kleuren van mijn toestel nauwkeurig beschrijven. Een witte romp met gele vleugels en een purperen motor. Op de vleugels waren vlammende roze strepen aangebracht met daarin de tekst ‘Fuck You German Bastards’. Geen wonder dat ze me hadden neergehaald, je zou voor minder kwaad worden. Enfin, je valt ook wel op als je met zo’n kleurboek rondvliegt… Nee, lang heeft die relatie met Isabella niet geduurd en in vorige levens geloof ik ook niet echt ondanks haar overtuigend pleidooi, maar het is verbazingwekkend hoeveel mensen daar wél in geloven, want ze had met dat kaarten leggen zowat de helft van de inwoners van het landelijke Bommerskonte over haar vloer. Bovendien verdiende ze er nog een aardige stuiver mee ook, niet dat ik er ooit wat voor betaald heb hoor, nee nee, ik betaal zoals gewoonlijk meestal in natura, ik bedoel ik geef iets anders in de plaats van geld. Enfin… Ze had het niet in haar kaarten gezien dat ik het op een dag zou aftrappen, waardoor ze het mij heel erg kwalijk nam dat ik ons lot tartte want ze had al eerder in de kaarten gelezen dat wij samen een lang en gelukkig leven zouden leiden. In die omstandigheden probeer ik dan altijd te bemiddelen door een beetje humor in de discussie in te lassen wat meestal helpt om de gemoederen te bedaren. Ik zei: ‘Ja, Isabel, misschien zijn je kaarten al wat versleten en moet je eens nieuwe aanschaffen. ’Nou, dit had bij Isabel het averechtse affect. Om haar enigszins te troosten zei ik met een gedwongen schijnheilig gezicht dat mijn vorig leven toch wel een interessant verhaal was en dat ik daar echt wilde in geloven. Al bij al, ben ik eigenlijk wel heel veel bezig met oorlogsliteratuur, en dan vooral met de eerste grote wereldoorlog welke ik vandaag nu weer aan den lijve meemaak aangezien, naast mij op het slagveld van weleer, een Duitse herder ligt met onder ons Duitse beenderen, bommen, granaten en fietsen. Dat wil toch al veel zeggen om er echt eens bij stil te staan. Vandaar ook die diepe putten die de Duitse herder graaft rond de vijver. Ik denk dat het in zijn bloedlijn zit om loopgraven te delven. Hoeveel maal ik reeds mijn enkels verzwikt heb door in zo’n put te trappen! Ja, dat beest kan er ook niets aan doen. Wat in je genen zit kun je zo maar niet kwijt geraken. Net zoals het bij mij in mijn genen zit om altijd maar dingen uit te stellen tot ik op een dag op mijn kloten val doordat ik in een van die putten trap die al lang dichtgegooid moest geweest zijn.
Ja, goed idee denk ik plots, de zon schijnt, waarom zou ik vandaag niet eens op het erf en rond de vijver werken en al die putten dichtgooien in plaats van hier op mijn luie kont te dagdromen van een zinloze oorlog? Bovendien zou mijn vriend mij daar heel dankbaar voor zijn.
Het gebeurt wel eens dat ik de stier bij de horens vat en meteen in actie schiet. Ik bedoel daarmee niet die stier hier een beetje verderop in de weide naast het bos, nee, dat beest durf ik bij geen kilometer te benaderen. Ik denk dat dit kolossale dier een genenpatroon heeft van een Spaanse arenavechter die meerdere toreadors op de horens heeft gespietst vooraleer men zijn ballen op een gegarneerde serveerschotel in een viersterrenrestaurant op de Plaza de Torros in Barcelona aan de toeristen presenteert. Begrijp me goed, ik heb het dus wel degelijk over dat spreekwoord…
Gelijktijdig dat ik recht veerde om aan de slag te gaan schoot de Duitse herder als een pijl uit een boog naar de vijver om de aanval op een onschuldig konijn in te zetten. Ha! Nu weet ik waarom hij die putten graaft! Het zit niet in zijn historische genen, maar wel in zijn natuurlijke. Godver, Godver! Enfin, ik haalde dan maar een spade, een schop en een rakel om al die uitgebaggerde konijnen pijpen dicht te gooien.
Sorry, Foutje… konijnenpijpen moet dat zijn natuurlijk… Alhoewel, ik kan op deze schromelijke drukfout toch wel nog even doorgaan als je het wenst. Je hoort van alles tegenwoordig. Pedofiele bisschoppen, Eskimokinderverkrachters… Er zijn zelfs individuen die zich amuseren met honden, katten en varkens. (Ook wel eens veterinairs genoemd maar dan in een andere context) Maar goed, daar wil ik nu niet verder over uitweiden. En wat die konijnen betreft, ze zijn toch altijd veel te vlug weg als men ze benadert. De Duitse herder had ook andere ideeën toen hij daarstraks de achtervolging inzette dacht ik bij mezelf…
Ondertussen sta ik aan de schuur waar tot mijn grote verbazing ook vismateriaal ligt naast het tuingereedschap. Daar had ik nu echt nog nooit op gelet. Nu begon ik weer aan iets helemaal anders te denken dan die putten dicht te gooien.
Ik had in mijn jeugd wel wat gevist, meestal zonder noemenswaardige grote vangsten, maar daar zou nu wel verandering in komen met die massa’s zwermen grote karpers in de vijver welke ik die morgen in actie had gezien. Ik weet wel, sportief is het niet, maar ook sport is niet mijn grootste passie. Met uitzondering van mijn sportfiets welteverstaan. Mijn dagplanning was nu wel helemaal in de war gestuurd, ik wou nu ook plots gaan fietsen rond het bos om eindelijk eens al die oorlogsmonumenten te gaan bezoeken. De keuze was moeilijk. De schop, spade en rakel met daarnaast het visserstuig, in de hoek van de schuur mijn mountainbike onder het stof en met platte banden. Alsof de Duitse herder het doorhad dat ik voor een verscheurende keuze stond. Kwispelend kwam hij op mij af met zijn leiband in zijn bek. Voor het dier lag de oplossing voor de hand, hij wou samen met mij op konijnen jagen in het bos. Ik kon geen keuze maken, dus bleef ik daar maar besluiteloos staan met alweer een nieuwe vraag: Waarom ben ik vandaag wakker geworden zonder inspiratie voor mijn thriller ondanks mijn deadline? Het is een even groot raadsel als de hond die deze morgen naar de vissen aan het blaffen was.

Lucas Moor

Blog aangepast in 2008