Van kwispelende vissen en vissende honden 10/03/2013

‘Zo ziek als een hond’ zegt men wel eens, maar onze hond was deze week zowat de enige die bacterie –en virusvrij rond croste in de winterse tuin. Met een draaierige kop van de koorts, volg ik vanuit de warme huiskamer, de tuinfratsen van onze jonge en energieke ‘zogenaamde’ Australian Cattledog. Ja, want zeker van zijn oorsprong zijn we niet. We adopteerden hem via het dierenasiel van Zwevegem waar hij bij de ‘gevonden voorwerpen’ al een paar weken verbleef. Op zijn boekje staat ‘kruising herder’, maar nu hij volwassen is lijkt hij bijna sprekend op een kruising van de ‘Electrabel-Reclamehond’ met een Cattledogachtige herder. Het enige verschil met de Electrabelhond zijn de oren van het beest. Onze hond heeft langere oren en luistert dus beter als hem wat gevraagd wordt… Wat mij eigenlijk zo boeit in onze huis en tuindieren, is hun aanpassingsgedrag. Het is wonderbaarlijk en veel rijkelijker dan dat van de moderne mens vind ik. Een vriend vertelde mij onlangs dat zijn vissen ‘kwispelstaarten’ als hij met het potje viskorrels tegen het raam van het aquarium tikt. Als hij dan het eten op het water uitstrooit, moet hij zijn poedel en zijn kat in het oog houden dat ze niet op de kast springen om te gaan ‘vissen’. Mijn kat bijvoorbeeld heeft bij de komst van onze hond haar territorium onmiddellijk aangepast. Ze heeft een hekel aan hem en komt nu binnen via het dak op de bovenverdieping, waar nu haar eetbakje staat en waar ze rustig kan ‘spinnen’ in onze slaapkamer. De spinnen in onze kamer zien we ook niet meer, die hebben zich ook aangepast. Alles wat leeft past zich aan, aan de plaats waar het zich bevindt, aan het seizoen, aan de temperatuur, aan de natuur. Behalve wij, beschaafde mensen, wij verwachten dat onze prachtige planeet zich aan ‘ons ‘aanpast. Het wordt tijd dat ‘wij’ ons aanpassen aan moeder natuur, anders blijft er straks niets meer over om ‘aan te passen’. Als mijn griepje zal over zijn, en de lente weer in het land is, zullen alle katten weer spinnen, alle vissen weer vogelen, alle vogels weer vissen, alle muggen weer vliegen, alle vliegen weer... In de zoo zullen alle apen weer luizen, wolven weer ijsberen en mensen weer (na) apen. Alle paren zullen weer paren, of het nu dierlijk of menselijk is. De lente is een ongelooflijke aanpassingsperiode.

Lucas Moor